Terug in de stad die over de hele wereld wordt bezongen. Bezongen om zijn bijzondere karakter. Bezongen om de stranden en zijn tropische klimaat. Het belangrijkste nummer over Rio komt niet uit het land zelf of uit Amerika. Een deel van de songtekst gaat als volgt:
"Land of sun
Samba and wine -
Rio de Janeiro - Rio
I feel fine.
Do you believe in love? Do you believe in happiness?
Come with me to Rio"
Het gaat natuurlijk om Rio van het onberispelijke zusterduo Maywood. Als je je afvraagt of ik nog goed bij mijn hoofd ben na drie weken Brazilië: natuurlijk. En natuurlijk meen ik er niets van dat dit het belangrijkste nummer over de stad Rio de Janeiro is.
Rio de Janeiro betekent 'rivier van januari' in het Portugees. De ontdekkingsreiziger Gaspar de Lemos ontdekte dit stukje land op 1 januari 1502. Door het unieke karakter van de kustlijn dacht hij bij het zien van de Baai van Guanabara dat het een inham van de monding van een grote rivier was. Dit is de baai die grenst aan de bekende Suikerbroodberg.
Vandaag bezoeken wij wederom deze stad. Ons hotel ligt nu in het oude centrum. Bij navraag bij onze Braziliaanse bronnen ("wat moeten wij nog bezoeken?") kwam er geen echte nieuwe informatie. De hotspots waren reeds bezocht. Het besluit om lekker wat te slenteren is snel gemaakt.
De sfeer in het oude centrum is wat minder toeristisch. De straten zijn wat rommeliger. Veel gesloten panden met troep aan de kant van de straat. De troep wordt vaak geflankeerd door zwervers, vaak slapend. Het geeft een ietwat onveilig gevoel. Ik weet dat een wereldstad vaak gedefinieerd wordt door de aanwezigheid van zwervers, maar ik vind dat Rio deze definitie wel erg serieus neemt. Het is sneu om te zien dat de verschillen op de sociale ladder hier enorm zijn.
Wij komen bij een park, Praça da República - Campo de Santana. Het is een net park waar veel Brazilianen op bankjes van het weer genieten. Zelfs voor hen is het nu warm met 31 tot 32 graden in dit jaargetij. In het park lopen veel agouti's. Ik omschreef ze eerder als dwergcapibara's. Op een voederplek zitten tientallen van de beesten lekker te knagen aan het voer. Het geklik van de tanden geeft een ritmisch gevoel aan de samba van de stad. Het is een leuk gezicht, al denk ik dat de agouti's hier op de dierenladder vergelijkbaar staan met de eenden bij ons.

Bij het verlaten van het park en het boeken van een Uber worden wij aangesproken door een bezorgde Braziliaanse mevrouw. Ik vermoed dat ze schrok om hier toeristen aan te treffen, want die vind je meer op Copacabana en Ipanema. Ze waarschuwt ons, niet voor de eerste keer tijdens de vakantie, om onze telefoon en camera op te bergen. Ook zegt ze dat wij beter niet langs de kant van de weg kunnen gaan staan. Het is fijn om te weten dat er dus mensen in Rio gesteld zijn op de toeristen.
De Uber komt en wij racen in slakkengang naar Ipanema Beach. Het is een plek die we aan het begin bezocht hebben op een zondag met minder weer. Nu zijn wij nieuwsgierig naar de dynamiek in de volle zon.
Het is er inderdaad dynamisch. De hooghoudende Braziliaanse mannen (voornamelijk) dromen nog van een carrière op profniveau in een Europees koud land, en de dames laten al hun rondingen zien door de minimale badkleding. Stereotiep Braziliaans dus. Het is prachtig om te zien hoe de sociale cultuur op het strand leeft. Geen structuur van ligbedjes, maar een wirwar van mensen. Actief bezig met een sport of relaxed zittend met een drankje in de hand.
Zo spieken wij ook Copacabana nog even af. Het leuke is dat op Copacabana om de 50 meter een strandtentje opdoemt. Iets wat je niet ziet op Ipanema. Hierdoor is de sfeer gezelliger op het bekendste strand.
Het is erg warm en Karsten had nog een doel. In de wijk Botafogo zoeken wij een shoppingcenter op: RioSul. Door de verschillende gekoelde hallen proberen wij nog wat Pokémonboxen te vinden voor de verzameling. Uiteindelijk vinden wij deze in de Braziliaanse versie van de MediaMarkt.
In de avond is er een restaurant gevonden op 3 minuten afstand van het hotel. Het is al pikkedonker en de straat heeft nog meer naargeestigheid gevonden om uit te stralen. Het ruikt er ook niet fris. Voorzichtig lopen wij de korte afstand en komen op het adres aan. Buiten staan een paar tafeltjes met stoeltjes, niet op een aanlokkelijke manier. De opening van het restaurant nodigt ook niet direct uit. Dat het er druk is en veel Brazilianen aan de tafels zitten, is altijd goed nieuws.
Zal er nog een tafel zijn? Want druk is het er, maar gelukkig heeft de ober op ons gerekend en haalt hij vloeiend een gereserveerd-bordje van de tafel. Het restaurant heet 'Labuta', wat vrij vertaald 'zwoegen' betekent volgens Translate. Het Engels van de ober is passabel (of: plezant), ik heb hier eerder over geklaagd in de Pantanal, maar dit is meer dan voldoende. Het is typisch Braziliaans eten, met een Nederlandse kleed op de tafel. Op de linkerbovenhoek prijkt het Amstel Bier-logo. Als de ober dan vraagt waar wij vandaan komen, wijs ik trots op het logo waar Amsterdam onder prijkt. Het eten, een picanha en een ribeye, smaakt erg goed. Net als de bijgerechten van risotto en Portugese aardappelen (dit zijn gewoon chips). De rating op Google is het meer dan waard.
Het was de laatste avond in dit mooie land. Morgen terug naar Nederland, terug naar het normaal. Ik adem nu nog een paar keer de geur van Brazilië in. Een mengeling van armoede, plezier, caipirinha en zon. Het is een unieke geur, die ik met heel veel voldoening en trots ga opslaan in mijn reisbibliotheek.


























































