Een nieuwe dag en ik kan de omgeving nu goed in mij opnemen in het daglicht. Het hotel is groter dan je verwacht als je er voor staat. Alleen zijn verpakking is mooier dan de inhoud. Vandaag zullen wij de Argentijnen in hun gezicht kunnen uitlachen voor de blamage van gisteren. Eindelijk wraak voor 2022. Maar goed, als ze allemaal Paredes heten, zal ik wat voorzichtiger zijn.
Ruim op tijd staat onze taxi Celio op ons te wachten. Ik begroet hem alleen, aangezien de rest nog wat bezigheden had op de kamer. De man is een lopende reisgids en vertelt mij in tien minuten meer tips dan de gids van de Pantanal in 8 uur. Het zal wel aan zijn Engels liggen.
Compleet rijden wij naar de Argentijnse grens. Op aanraden van Celio zorgen wij voor wat pesos om de toeristenbelasting te betalen. In pesos betaal je schijnbaar omgerekend 8 real, in de Braziliaanse munt is het bijna het dubbele (15). Voor het omwisselen rijden wij naar ogenschijnlijk een autogarage. Beetje voorzichtig loop ik achter hem aan. De hal is compleet verlaten en in de achterruimte komt een fel tl-licht door een raam. Bij binnenkomst zitten er twee mannen. Filmisch en fantasierijk zie ik hier wel weer een scène in van een goedkope b-film. Alleen de ondertiteling ontbreekt. Celio brabbelt in het Braziliaans wat met de mannen en ik sta daar achter met 50 real in de handen. Ik wacht op de cue en die volgt niet veel later. De accountant van de twee mannen legt 10.000 pesos neer. De deal is gesloten.
Bij de Braziliaanse grenspost krijgen wij een extra stempel in het paspoort. Daarna rijden wij door een stukje niemandsland. De brug die de landen scheidt is voorzien van de nationale kleuren. Van groen-geel vloeit het over naar wit-lichtblauw. Als de Argentijnse grenspost opduikt, is het een chaos. Lange rijen en voertuigen die kris kras door elkaar rijden. "Geen politie," merkt de chauffeur op. Het is gewoon een vrijstaat hier.
Het duurt lang, erg lang. De Argentijnen nemen hun tijd voor elke auto die wil passeren. Het lijkt wel of ze alle Spanjaarden en hun aanhangers willen identificeren en executeren. Wij houden vol, want het doel is te heilig.
Na een kleine 1,5 uur zijn wij op Argentijns grondgebied. Het wachten is nu over... of toch niet. De rij voor de entree, de rij voor de eerste trein en de rij voor de tweede trein. Alles, maar dan ook alles werd uit de kast getrokken om het doel maar uit te stellen. Frustrerend was het wel aan het worden. Maar goed, gearriveerd op de top waar HET uitzichtpunt op de waterval moet zijn, Garganta del Diablo (in het Nederlands Duivelskeel), wilde het gezelschap nog even wat eten. U raadt het al: weer wachten.
Jesper en ik bezetten strategisch een tafeltje en jatten hier en meenemen een stoel. Om ons heen zijn er kapers op de kust, dus het is opletten geblazen. Naast de kapers van het menselijke ras, zijn er ook kleine neusbeertjes. Op zoek naar voedsel en redelijk brutaal. Ingrid had ons hier naar aanleiding van haar voorstudie al voor gewaarschuwd. Ze zijn te schattig om volledig te negeren, alleen de brutaliteit waarmee ze te werk gaan, kan gevaarlijk worden bij een conflict over van wie het voedsel nu is.

De hotdogs zijn van grote aard. Het gemis aan saus is alleen zonde. De toevoeging van kleine zoute chipjes in de vorm van mini-patat op het broodje snap ik niet. Als iedereen bijna klaar is (de laatste wordt lopend opgegeten), struinen wij richting de Duivelskeel. De smalle toegang is best krap voor toetredend en verlatend publiek. Als dan ook nog eens het gros van de groepjes pontificaal naast elkaar blijft lopen, beide kanten op, loop je wel eens tegen iemand aan. Ik snap niet hoe sommige mensen zo alleen in hun eigen wereld kunnen leven en anderen geen ruimte geven.
Hoe dichter bij wij komen, hoe indrukwekkender het water onder onze voeten doorstroomt. Het opkletterende water maakt een mistige waas, waardoor de diepte niet goed in te schatten is. Het geweld van het water maakt indruk. De menigte, dus ook ik, probeert de indrukken op digitale middelen vast te leggen. Mijn bijna drie meter lange selfie-stok komt in deze menigte goed van pas. Mensen kijken mij aan en geven een waarderend knikje. Een knikje van: "Wat ben jij goed voorbereid!". Of denk ik dat alleen en denken ze eerder: wat een rare Japanner, met al zijn apparatuur. Ik lach vrolijk en ben straks blij met al mijn beelden.

De watervallen maken indruk op ons. Wat een geschenk om dit te mogen zien. Het is alleen zonde voor alle komende watervalletjes. Die zullen in het niet vallen bij dit enorme geweld.
Na Garganta del Diablo lopen wij de Upper Trail. Ook hier maakt de hoeveelheid aan waterverplaatsing indruk op ons. Deze trail doen wij wel in Fast Forward, want door alle enorme wachtrijen hebben wij niet veel tijd meer; Celio wacht op ons.
Een beetje geïrriteerd probeer ik snel beelden te maken. Normaal zou ik meer tijd willen investeren in het vastleggen van de ervaring. Een deel van het gezelschap duwt mij over de loopplanken naar het eind. De tijd is nu even heilig.
Gelukkig heb ik nog mooie beelden kunnen maken. In sneltreinvaart en slalommend door de menigte, hier en daar met een botsing, lopen wij naar beneden. De chauffeur staat op de aangegeven plek, terug naar Brazilië.
Ook hier wederom een bureaucratische rompslomp die bij niemand sympathie kan opwekken. Het is dan wel geen 1,5 uur, maar ons inziens gewoon weer te lang. Het verschil in hoe de Argentijnen en Brazilianen ermee omgaan, is opvallend en stuitend. Ik hoop voor in de toekomst op meer flexibiliteit van de Argentijnen en gooi het voor nu maar even op een off-day voor hen.
Morgen naar de Braziliaanse kant van de watervallen. Iets meer vanaf de onderkant van de watervallen. Gelukkig geen grensovergang, maar goed, het zal hier en daar toch wel weer even wachten worden.



















































