Nog een week, nog een week en we vliegen terug naar Nederland. Het lijkt wel op een gewone vakantie. Ik bedoel, het lijkt wel of we alweer teruggaan. Maar goed, we hebben nog een week. Een week met een aantal leuke dingen op het programma. Vandaag nemen we afscheid van één van de hoogtepunten. Hoewel, kan je Las Vegas bij ochtend zo noemen? Nee, het begint altijd bij het afscheid nemen van de zon, dan ontspringt het echte Las Vegas. De motor brult en vandaag rijden we naar een andere, evenwel bijzondere setting. Death Valley is namelijk de bestemming. In de echte zomer mag je hier niet eens rijden met je gehuurde camper. Zo warm is het er dan. Ook wij zullen een warmte meemaken, die we alleen in de beste hoogzomers in Nederland kunnen behalen. Karsten is wel een beetje van de leg. Al een paar avonden een kleine verhoging gepaard gaande met huilbuitjes. Iets wat we van hem niet kennen. Gelukkig zijn de waterpokken deze ochtend niet erger geworden.
Daar de benzineprijzen in Death Valley nog exorbitant hoog blijken te zijn, staat geschreven en wij geloven dat, tanken wij op ongeveer 80 km voor we deze vallei inrijden onze wagen vol. We doen dit bij een leuk mannelijk gekleurd stationnetje Nevada's Joe. De kleur zal waarschijnlijk iets te maken hebben met het aangeboden volwassen entertainment. Ik vermoed dat dit niet alleen gokkasten zijn. Kosten per gallon vallen hier mee en behoren tot de laagste van de vakantie, namelijk 2,29 dollar. Als tip kunnen we meegeven dat Utah en Nevada goedkoper zijn dan de andere staten. Daarnaast tank dus niet in Needles (3 dollar) en Death Valley (3,30 dollar).
De wegen waar we vandaag op rijden zijn lekker rustig. Weinig verkeer en weinig hobbels. De speed limit voor het grootste deel is 70 mph. Ongeveer 113 km/h. Dit rijden wij dus geregeld. Een hobbeltje (hier dus iets hoger dan de Postbank) remt ons af. Niettemin worden we zelden ingehaald. Het is overigens gek dat je met het bakbeest van ons deze snelheid mag rijden. Trucks en opleggers mogen doorgaand 10 mph minder hard. Denk je dat je de snelheid niet durft te rijden met het gevaarte? Ik weet zeker van wel. Het gaat geleidelijk en vanzelf.
Als we de vallei indraaien is het aparte maanlandschapachtige uitzicht duidelijk te zien. De bergen kleuren alhier van diepbruin, welke Bob Ross-kleur was het nu alweer, tot okergeel. De zoutvlakte in de verte kleurt prachtig wit net als de, hoe typisch ook, ijstop van de berg in de verte. De wind is hier overigens niet zo koud als bij Joe. Bij het benzinestation ging de wind mij door merg en been. Ruim binnen ons gestelde tijdmechanisme arriveren we in Furnace Creek. Er zijn hier vier parken waarvan we er drie kunnen uitzoeken. Eén daarvan is gesloten. Alle zijn in het bezit van het Nationale Park. Dit betekent goedkoop en simpel kamperen. Als we de keuze hebben gemaakt voor Furnace Creek Campground lachen we om de prijs van 12 dollar. Een plek kunnen we uitzoeken. Bezette plekken hebben een bordje 'gereserveerd' plus ticket. Deze slaan we over.
Als we de laatste plek met beetje schaduw hebben veroverd, gaan Ingrid en ik registreren. Toch even kijken bij een 'bezette' plek hoe het in zijn werk gaat. Tot onze verbazing zien we dat de vorige tijdelijke bewoners niet de moeite hebben genomen om bordje plus ticket goed te zetten. De plekken, die we namelijk bekijken, zijn beide vrij. Ingrid gaat registreren en ik hou de plek bezet. Een paar Duitsers in ook een Road Bear-camper wijs ik op onze afgewezen plek. Ik praat even met de Duitser, die als één van de weinigen direct in het Engels begint, een vriendelijk praatje. Als echte landveroveraars, de echte VOC-mentaliteit, nemen we gebruik van deze ruime mooie schaduwplek. Ik typ de laatste blogverhalen, leuk Las Vegas maar je loopt mooi achter, Ingrid en Harm doen even boodschappen en de kinderen worden vermaakt. Karsten laat zich niet echt vermaken. We zuchten nog wel wat af, want ondanks dat het niet op zijn heetst is, is het toch warm. Hoe warm wordt het morgen in deze grote menselijke oven?