We houden van toetjes, heel erg van toetjes. Vandaar dat we de laatste dagen gepland hebben in Sequoia, Kings Canyon en Yosemite. Zijn dat nog eens toetjes. Door de lange rit van gisteren hoeven we nu niet ver te rijden. Porterville wordt wel getypeerd als de gateway to Sequoia en dat is waar. Want als we de vele fruittelers achter ons laten, daarom rook het zo lekker op de campground, arriveren wij bij de poort van het volgende nationale park. De beste ranger had schijnbaar niet zijn beste dag. Nadat hij onze camper minderwaardig of afgunstig had bekeken, snauwde hij mij af dat ik de annual pass en paspoort moest geven. Meer dan een kaart geven kan deze man niet. Uitleg of extra waarschuwingen vond hij niet nodig. Hoewel deze naar mijn mening wel op zijn plaats waren.
De voornaamste waarschuwing had wel kunnen zijn dat de komende weg niet aangeraden werd voor voertuigen groter dan 22 feet (6,7m). Iets wat voor ons nu een cruciale vraag werd, wij zijn immers 30 feet lang. Als we de kaart bekijken snappen we de waarschuwing, maar aangezien het rustig is en wij nu wel pro zijn met deze camper, durven we in te zetten op een veilige reis. Door al dat gezeur van 22 feet of niet vergeet ik helemaal te vertellen over de geweldige omgeving die weer langs de camper kruipt. Kruipt is het goede woord want de klim zit er lekker in en de bochten zijn scherp. Giant Forest in Sequoia ligt net aan de andere kant van de verboden route. We willen de megabomen wel zien staan. Maar dat is niet het enige wat we zien staan.
Als we net voorbij gezoefd zijn door een personenauto en de zoveelste haarspeldbocht gepasseerd is, schreeuwt Harm het uit. Beren steken voor ons de weg over. Een zwarte en een bruine beer lopen over en klimmen over de reling op hun dooie gemak. Of ze dit elke dag doen, de daredevils. Als we de verwondering nog niet te boven zijn, rijden we verder en arriveren snel in Giant Forest. Bomen met een gemiddelde stamomtrek van 20 meter zien we bij 'bosjes' staan. Eigenlijk een beetje onwerkelijk. Bij General Sherman Tree willen we even gaan kijken. Deze bekende boom staat te boek als werelds grootste boom. Dit dan wel om omtrek en inhoud. Het pad ernaartoe is best stevig. Het helpt niet, dat ik Karsten met zijn 9 kilo schoon aan de haak, op mijn rug heb gebonden. Zijn gewicht rust voornamelijk op de schouders en nek, wat met een echte rugtas net even anders is.
Naar beneden naar de boom lopen en dat is niet erg lastig. Door verschillende informatieborden worden we gewezen op dit wereldwonder. Iets wat zo gekopieerd zou moeten worden naar de bewegwijzering. Maar ja, wie ben ik nou om dat te zeggen. De tippel naar boven is niet in één teug te nemen. Twee keer stoppen we en dit in dit weer met flanken bedekt met sneeuw. Ik ben benieuwd hoe dat is als de zon nog hoger staat en er over de hoofden gelopen kan worden.
In de camper besluiten we door te rijden naar Kings Canyon en daar te overnachten op de enige open campsite Sentinel Creek. Onderweg komen we veel Sequoia Trees tegen, veel snelstromend water en andere mooie planten en bergen. We willen de site nog wel in daglicht halen en dat zorgt voor ietwat haast. Gelukkig lukt het want nu kunnen we de waarschuwingen voor de actieve beren in het gebied nog goed lezen. Of ze overtrokken zijn, of dat de waarschuwingen duidelijk zijn, ik weet het niet maar wij twijfelen wat te doen. Eigenlijk zouden alle etenswaren en geurspullen, lotion/parfum/zonnebrand, opgeborgen moeten worden in een speciale bear-proof kist. Harm en ik nemen het zekere voor het onzekere en doen ons bier in de kist. Is dat in ieder geval veilig. Voor de rest stellen we een Bearwatch in. Ik begin alleen, mijn aflossing komt niet. De poema's in het gebied negeren we, die kunnen we hebben. Of komen ze zo zelden voor? Na de installatie eten we lekker en maken ons op voor een klaverjasavond. Eerst gaan Harm en dappere Jesper vuil weggooien. Als het Jesper te lang duurt, waarschuwt hij opa: "Zullen we de beren dan wel horen vannacht?"