Iedereen die mij kent en fan is van mijn reisblog, zal het geen verrassing zijn: "ik hou van reizen!" Deze week reisde ik in een klein vriendengezelschap af naar Spanje voor een relaxweekje in AI-modus. Daarmee bedoel ik niet uitgekleed met een computeragentje links of rechts, maar op de All Inclusive-manier van reizen.
Deze vakantie staat dan ook in het teken van zon, zee en klaverjassen — nou goed, kraken dan wel te verstaan. De heksenketel van de overige tijdelijke bewoners van het hotel, uitgedost met kleurige armbandjes, glijdt langs ons heen als wij slap lullend het kaarten tot een nieuwe strategische oorlogvoering verheffen. Met respect zien wij het personeel hun best doen om ons van alle geneugden te voorzien. Helaas werkt deze AI-modus niet altijd dat fatsoen op bij onze buurtjes.
Ondanks dat wij trachten te genieten van de omgeving en de zorgeloosheid, neemt bij het gros van de tijdelijke bezoekers het fatsoen drastisch af. In hun geloof dat all inclusive ook zijn naam volledig eer aandoet, laten ze alles slingeren op het terras of langs het zwembad. Het hardwerkende personeel, meer dan de gebruikelijke 8 uur in touw, probeert alles achter hun kont op te ruimen. Maar het lukt ze gewoon niet.
Het is werkelijk stuitend hoe de fatsoensnormen bij de kapitaalkrachtige toerist totaal tot het nulpunt dalen. Het normaal menselijk omgaan met het personeel is er niet meer bij. Ik word hier superverdrietig van. De achtergelaten patatjes (of frietjes) vliegen door de lucht als het duivenpeloton zich stort op de uitgestalde borden — die werkelijk vlak naast een vuilnisbak staan. Ik kots op deze medetoeristen die hun duurverdiende vakantie gebruiken om de menselijkheid achter zich te laten.
Hoe zouden deze mensen het vinden als de situatie precies contra-omgesteld was? Ik geloof niet dat de medetoerist het kan waarderen. Overigens maakt het geen fluit uit welke generatie je ziet zitten of welke cultuur er door de aderen stroomt. Het is een structureel beeld.
Ik pleit ervoor dat de mens zijn fatsoensnormen niet thuis laat als hij de volgende keer weer eens in een AI-modus schiet. Ik heb de hoop dat deze normen nog steeds aanwezig zijn in de mens. Zelf ga ik maar weer eens de strijd aan met de vliegende ratten en ruim een paar bordjes op met uitgestalde snacks. Zolang ik het nog kan opbrengen, weet ik dat er nog hoop voor de mens is.