Het is een lastig punt dat ik hier wil bespreken, en het zorgt bij mij voor een groot moreel dilemma. Steeds vaker zie ik dat het verkeerde voorbeeld uit het betaalde voetbal wordt overgenomen op de amateurvelden. Dat klinkt misschien nog cryptisch, maar ik weet zeker dat veel mensen mijn dilemma delen zodra ik het benoem.
Zoals bekend ben ik al een paar jaar als amateur-scheidsrechter betrokken bij het jeugdvoetbal. Afgelopen weekend stond ik weer op het veld en zag ik het opnieuw gebeuren: kinderen die spelen met miniscule scheenbeschermers, of zelfs helemaal zonder. Vanuit mijn rol als arbiter zou ik hier streng tegen moeten optreden, maar daar wringt de schoen. Via deze weg wil ik een beroep doen op de voetbalbonden (KNVB, UEFA en FIFA), maar ook op trainers, leiders en bestuurders binnen de amateurclubs om dit gezamenlijk aan te pakken.
Helaas heeft dit onderwerp op het amateurveld geen prioriteit. Thema's zoals agressie op en rond het veld of de financiële status van clubs krijgen vanuit een overlevingsdrang begrijpelijkerwijs de overhand. Dat de bonden daarentegen hun ogen sluiten voor deze gevaarlijke trend, stelt mij teleur. Het heeft weinig zin om boos te worden, maar terwijl de bonden over elkaar heen rollen vanwege financiële perikelen of debatteren over de algemene regelgeving, blijft een échte discussie over scheenbeschermers uit — afgezien van een paar virale filmpjes op social media.

Herinner je je niet de schokkende beelden van de beslessure van Holtby (NAC) van vorig seizoen. Postzegel formaat beschermers? Het is toch ridicuul dat hier geen duidelijke regels voor zijn? Volgens de huidige richtlijnen mag de scheidsrechter bepalen of de bescherming voldoende is. Maar daar ontstaat direct de willekeur: de ene week accepteert een arbiter alles, terwijl de speler de week erop wel aan de regels moet voldoen. In het amateurvoetbal leidt dit tot nodige discussies en confrontaties — brandstof voor ontvlambare situaties.
Moreel gezien wil ik mijn fluit hier niet aan branden. Met alleen een waarschuwende vinger schieten we niets op; zodra een speler het sportpark verlaat, is hij die waarschuwing weer vergeten. Zonder een heldere, acceptabele normering in het spelreglement verandert er niets.
De jeugd spiegelt zich graag aan hun idolen. Zolang die profs door de mazen van de wet glijden, blijft de amateurtak volgen. De moedeloosheid slaat me soms om het hart. De bonden moeten inzien dat niet alleen het wél dragen, maar ook het formaat van de scheenbeschermer gehandhaafd moet worden. Hoewel harde cijfers over het verband tussen mini-scheenbeschermers en onderbeenblessures nog ontbreken, raden sportartsen en proftrainers (zoals Leeroy Echteld bij AZ) het gebruik ervan ten stelligste af.
Ik ben dus geen Don Quichot die strijdt tegen windmolens. Instanties moeten samen opstaan. Laat de idolen het goede voorbeeld geven om het voor onze jongste talenten veilig te houden. De innovatie op het gebied van comfortabele én veilige bescherming heeft immers niet stilgelegen. Geef mij als scheidsrechter de juiste handvatten om dit correct te handhaven. Pas als bonden, scheidsrechters, trainers en clubs hand in hand werken, creëren we een veilige sportomgeving.
Tot die tijd ga ik niet meer enkel waarschuwen: vanaf de volgende wedstrijd controleer ik strikt. Dan speel ik maar even voor Don Quichot.